Neplog.

De nieuwe kleine. II

Twintig nageltjes
Landen op mijn kop.
Mijn slaap, mijn soepelheid
Mijn geduld is op.

Nagellak.

Nagellak is kut.

Die nieuwe kleine.

Die nieuwe flitst en springt
En eet mijn brokken.
Ik sis. Hij springt
Achterwaarts en zijwaarts tegelijk.
Ik sis en sla
Maar achter mijn tanden
Giegel ik.

Verglijden.

De zon in een kuil op mijn buik.
Mijn kop in een kussendeuk.
Mijn poten slap en open.
Zo is de tijd aan mij
en ik aan hem ontslopen.

Mijn haar erop.

De apartementsmanager is van mij.
Zijn onverdeelde aandacht? Van mij.
Zijn brokjes voor een glanzende vacht? Van mij.
Zijn stompnagelige tenen? Van mij.
Zijn pak? Ook.

De grens. II

De kruk is stroef.
Ook als ik spring en hang.
Ook als ik spring en krom.
Ook als ik staar.

Maar.

Het bed achter de deur is van mij.

Lik mijn bek.

Vloeibaar witgoud
Kletste in mijn kom.
Ik lik de randjes
Lik mijn tandjes;
De lol is alweer om.

De grens.

Als ik erop stap
Werpt ‘Het Universum’ objecten naar mijn kop.
En sprietst water op mijn vel.

Ik snap het wel.

Het aanrecht is niet van mij.

Zij.

Maar.

Glas betekent: nog van mij.
De tuin is niet van haar.
Vieze poes.

« Oudere berichten

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.